Verhalen van Pake Pieter

De Kachelpoot

Na het overlijden van haar man was moeder B. niet met de handen in de schoot blijven zitten. Integendeel. Als een furie beheerde ze het bedrijf, waarbij haar drie daarin werkende zonen ook nu de snotneuzen bleven, die ze onder vader's ijzeren leiding ook altijd waren geweest. Moeders wil werd en bleef wet, totdat de natuur ook haar uiteindelijk tot ophouden dwong. Maar daar ze de voor haar onvermijdelijke ondergang van het bedrijf niet van dichtbij wilde meemaken, besloot ze naar Nijmegen te verhuizen om daar van een welverdiende rust te gaan genieten. De firma Stilma Sneek viel de eer te beurt de kostbare inboedel naar de nieuwe vestigingsplaats over te brengen, waar, als er geen schade zou blijken te zijn ontstaan, direct zou worden betaald. Nadat onder het alziend oog van moeder B. alles een dag van tevoren was gepakt en geladen en de wagen reeds was gesloten, ontdekte ze ergens op de kolossale zolder nog zo'n -gelukkig voor mijn jongens niet veel meer voorkomende oude circa 1 meter hoge zijhekkachel -een gietijzeren geval met een losse staande vuurpot. Een normaal al moeilijk te vervoeren en verladen rotding! Laat staan achter in de wagen. Enfin. Anderhalf uur voor de afgesproken tijd reed de wagen in Nijmegen voor, gingen de deuren open en lag die snertkachel, waarvoor over het hele traject alle kuilen en gaten in het wegdek waren gemeden, over bakboord tegen de zijwand op lager wal, gedegradeerd tot mankepoot. Goede raad was duur op dat moment. Geen geld in geval van schade, en dat woog in 1972 heel wat zwaarder dan nu, ook al knopen sommigen thans de eindjes soms ook maar moeilijk aan elkaar. Hoe en waar krijg je ' s morgens om 7 uur in een vreemde plaats en kachelpoot gelast en gelakt? Snel op de oude fiets van moeder B. de stad in, die nog tot leven moest komen. Plots in een straat een lichtflits uit een werkplaats, afstappen, op de deur bonzen en het ver- schijnen van een monteur met een laskap in z'n hand, die stomverbaasd vraagt, wat dat mot. Vlug het verhaal verteld van dat mens, die snertkachel en het zo dringend nodige geld. De monteur last in luttele minuten de poot en wil er niets meer voor hebben dan twee sigaretten. Dan, met de nog gloeiendhete poot aan een ijzerdraadje, ik weer op de fiets op zoek naar zwarte lak. Geluk ten tweede male. Een rijwielhandelaar, die echter gesloten blijkt en waar niemand op bellen en bonzen reageert. Een stallingklant biedt uitkomst door steentjes tegen het slaapkamerraam te gooien, dat wordt geopend om een kwaad hoofd met een bos verwilderd haar doorgang te bieden. 'Wat mot die herrie in de nacht?' Ik krijg het busje lak, maar kwastjes zijn achter de muziek aan. Met de nog altijd gloeiende poot en het busje lak, strijk ik neer op de stoep van een kerk bij een plas water. Vinger in de lak, poot insmeren en vinger afkoelen in de plas. Busje, poot, plas, busje, poot, plas, totdat de sterk verkleurde breuknaad weer helemaal zwart is. Bij de laatste streek bromt achter mijn rug een zware stem 'Wat voert u daaruit?' afkomstig van een agent, die mijn gedragingen in het openbaar kennelijk niet weet te plaatsen. Ik slaag er met moeite in hem ervan te overtuigen dat het met mijn verstandelijke vermogens nog wel in orde is en krijg toestemming om te vertrekken. De poot en ik arriveren tegelijk met moeder B. voor het nieuwe huis. De schade is versluierd en de verhuispenningen worden betaald. Moeder B. heeft nog een verzoek als we afscheid nemen: of we die ouwe, toch niet bruikbare kachel onderweg ergens voor haar kunnen lozen!

Piet Stilma, Sneek

 

Antiek

De tijd dat verhuizers zo nu en dan een paar extra centjes in de wacht sleepten voor van de klanten ontvangen overtollig huisraad is allang voorbij. Je kan het momenteel aan de straatstenen niet meer kwijt. Toch zijn er nog wel enkelen, die alles mee naar huis slepen en... er nog wat geld voor maken ook. Sibe was zo iemand. Niet bedelen, zelfs niet vragen, doch steeds nummer 1 als er eens iets was. Toen hij kisten bezorgde bij twee oudjes, die naar een rusthuis gingen, nam hij hun bezittinkjes terdege in zich op. Er moest veel weg, meubels, beddegoed enz., enz.. Een antieke lamp had zijn bijzondere belangstelling. 'Moet die ook weg misschien?' 'Ja zeker,' sprak het oudje, 'we krijgen daar elektrisch, had je die willen hebben?' 'Nou ja (om geen slapende honden wakker te maken) het gaat me niet om de lamp, ziet u, maar om de mooie kraaltjes, daar spelen mijn kleinkinderen altijd zo graag mee.'
'Dan krijg jij die lamp hoor' was het antwoord, dat het beoogde doel binnen bereik bracht.
Op de dag van de verhuizing stond er een hele partij overtollig spul in de achterkamer opgetast. Eidoch de antieke lamp leek verdwenen.
Toen na het inladen van de inboedel door de jongens werd aangeboden om ook de rest mee te nemen, vroeg Sibe schuchter naar de lamp.
'Och heden ja,' zei het oudje 'dat was ik bijna vergeten, en ik heb er nog wel zo'n werk van gehad,' en terwijl ze twee beschuitbussen op de aanrecht deponeerde ging ze verder: 'Hier zijn uw kraaltjes hoor, de lamp heb ik aan de asman meegegeven'.

Pake Pieter Sneek

 

Belastingen

Fred -onze boekhouder -heeft hoog bezoek, aldus meldde mijn schoondochter, die destijds beneden het kantoor woonde. 'Iemand van de belastingen'. Het was een controleur of weet ik veel hoe zo'n grapjas wordt genoemd. 'Volgens mij,' aldus Tiny 'is het een zure, hij drinkt wel de koffie, maar koek en rokerij passen niet in zijn straatje.' Het werd voor Fred een lange dag en hij verlangde intens naar het avondrood. Maar dat verlangen bracht geen oplossing in het kleine drama. 'Morgenvroeg om 9 uur kom ik terug,' had de man gezegd.
Ik heb in een halve eeuw langs de weg nog nooit een collega met vleugeltjes ontmoet, waarom zou ik dan een engeltje moeten zijn? Er zal bij ieder wel eens een foutje zitten, tenslotte ben je verhuizer en daarbij ook nog vader, al is in een klein bedrijf moeder meestal meer vader, dan vader. Natuurlijk, er wordt wel eens een los mannetje zwart betaald, waar dan weer een zwart klusje tegenover moet staan. Het geeft allemaal geen barst, die kerel zat daar de volgende dag weer rotzooi te maken en Fred klaar te stomen voor een inrichting voor overspannen boekhouders, als die er tenminste is.
Tijdens de schaft belde hij me of ik s.v.p. in de middag even wou komen....er klopte iets niet.
Nou bij mij wel. Daar stond ik dan die middag met mijn volle 58 kilo's voor 't blok.
Hij stelde zich voor 'Boersma aangenaam'. Hee, die knul kwam me bekend voor! Ik vroeg hem of hij niet een oud stadsgenoot was, en dat bleek inderdaad zo. We hebben nog op dezelfde school gezeten. Hij wel even langer dan ik, die met m'n veertiende jaar onder de kisten ging. Hij wilde juist onze accountant bellen over een balans en nog wat voor mij duistere zaken.
'ER KLOPTE IETS NIET'
Ik dacht: nu komt de klap op het hoofd van jut, en ik zag me al met negotie langs de deuren sappelen. Hangen Piet, of niet? Hij kletste met de accountant en ik probeerde uit zijn aantekeningen wijzer te worden, wat me in geen velden of wegen lukte. Zijn gesprek was afgelopen, hoorn op de haak... en nu komt 't.
'Ik heb de aangifte veranderd, want volgens artikel zus en zo van toen en toen (voor mij was het frans) hierop toe te passen, verandert de zaak ten uwen gunste... Als U hier even tekent, kan U over enkele dagen op het kantoor Oosterdijk f 4500,00 terug-ontvangen. U moet er hard voor werken en we behoeven niet meer dan ons part.
Fred slaakte een zucht van verlichting en ik kneep mezelf in het vel om te ontdekken dat het geen sprookje was. Ik weet nog nooit wat hij bedoelde met artikel zus of zo, het enige dat ik wel wist dat ik f 4500,00 tegoed had. Op dinsdagmorgen ca. 11 uur (marktdag) leek het me de beste tijd. Evenals alle dinsdagen stond het kantoor weer vol met boeren, steen en been klagend over de lage melkprijs en de hoge belastingen. Een boer klaagt altijd door, en als je er rijk van wordt, wordt je nooit weer arm. Ik had deze dag speciaal uitgezocht om eenmaal in mijn leven die boeren de ogen uit te strijken; een tikje terug (Jaap) voor al dat werk, dat ik vroeger als snotneus bij vader voor lou noppes moest uitvoeren voor boeren: wagens stro... zolder, vracht voer... zolder, kunstmest( voorkoop). ..zolder. Een enkel keertje ving je bij een keuterboertje een
bakje troost. 'Stilma loket 2' meldde de luidspreker. Ik wroette mijn mager lichaam tussen de agrariërs door. 'Hoe wilt U het hebben?' 'Niet te groot alstublieft'. De stapel tientjes groeide en groeide en groeide, de boeren werden stiller en stiller. 'Even tekenen, ja daar... dank U'
Ik stopte de zakken van mijn jasje propvol. Er tikte me zo'n klein keuterboertje op de schouder.
'Van harte gefeliciteerd, dat is de moeite waard! Al meer dan 20 jaar sleep ik hier al mijn geld naartoe, maar nog nooit heb ik gezien dat iemand hier geld weghaalde.' Ik nam hem even apart. 'Niet over kletsen, maar weet U hoe het komt dat ik hier vandaag zoveel geld weghaalde?'
'Nee.'
'Omdat het kantoor gisteren gesloten was.'

Pake Pieter Sneek   

 

De Kapper

Een kapper heeft ook een gek beroep. Hij moet altijd netjes en beleefd zijn, nooit een klant, al is het nog zo'n beste, naar de mond praten of tegen zijn standpunt (al is het nog zo gek) ingaan.
Een verhuizer is dikwijls net een kapper, die staat ook steeds met zijn benen onder een andermans tafel, moet ook altijd netjes en beleefd blijven, ook al komt er van de vliering of de schuur een partij rotzooi, wat je aan de straatstenen niet kwijt kunt en waardoor je nette jas (toevallig net schoon meegekregen) in een mum van tijd veranderd in een vieze jas.
Een kapper heeft op ons voor dat hij, in de regel 80% direct ontvangt, zonder kortingen voor dit of dat en dat heeft er bij de verhuizer wel eens aan. En toch... ook een kapper gaat de boot wel eens in.
Op een morgen, de dag was pas aan de gang (althans voor de kappers) stapte een als heer vermomd persoon de zaak van de heer W. te Sneek binnen, onder de linkerarm een nette diplomatentas en aan de rechterarm bungelde een jongen van zo'n jaar of zeven. Het waren de eerste klanten van die dag en voor de heer W. totaal onbekenden.
Mijnheer hing zijn jas en hoed aan de kapstok, plaatste zijn tas op een vrijstaande stoel en vroeg beleefd of de kapper hem eerst even wilde helpen, daar hij een afspraak bij een bank ter plaatse had, hij zou dan later de jongen wel even ophalen. Natuurlijk werd dit voorstel in dank aanvaard.
Kapper W. deed zijn uiterste best, om de klant zo netjes mogelijk af te leveren, waarbij een haarwassing de zaak completeerde. Een pakje scheermesjes en een busje snel-scheercrème moesten even worden klaargelegd.
Na de jongen te hebben verzekerd dat hij zo weer terug was en de kapper er op te hebben gewezen hoe hij de jongen geknipt wenste te zien, vertrok de heer met een 'tot straks'.
De kapper deed, ook bij de jongen, zijn uiterste best. Een zoon van een (misschien) nieuwe klant waardig. Toen het drukker werd, en de jongen nog steeds rustig zat te wachten zei de kapper... 'je vader blijft nogal even weg, vind je niet?'

'Vader,' zei de jongen. 'Vader? Ik ken die hele kerel niet. Hij vroeg of ik even mee wilde naar de kapper enz... (triomfantelijk iets uit z'n zak moffelend) daar heb ik deze reep voor gekregen.'
Tot op heden ca. 2 jaar later is de nette Heer nog niet terug.
PS: De mens die wordt link
en het geld dat wordt krap,
Ze vinden wat uit
voor de dronk en de hap

Pake Pieter Sneek. 9 april. 1969


Het kan verkeren

Op zeer hoge leeftijd legde Beppe (Oma) W. het bijltje erbij neer en ontsliep rustig. Ze was altijd een knoert geweest, die haar grote gezin met ijzeren vuist regeerde, niet ten onrechte overigens. Geen vrouw van druppeltjes, maar van scheuten, die de meelkost per baal en de stroop per emmer liet aanrukken. Ze was altijd de spil geweest waar alles om draaide. De zes zonen, noch de twee dochters namen ooit een beslissing zonder de raad van Mem. En nu was die rots in de branding er niet meer, haar lamp was voorgoed uitgegaan.
Na de sobere begrafenis vanuit het rusthuis, zaten de van heinde en ver samengekomen nazaten bijeen. Het schamele restje aardse goederen verdelen hoefde geen heksentoer te worden, want de meesten hadden goed hun brood en verlangden niet zoveel.
Toch leek het wat eigenaardig dat dochter S., moeders evenbeeld, bij haar schaarse bezoeken aan Mem zoveel afspraken over later te hebben gemaakt. Omdat zij vrij ver weg woonde, was zij het geweest die de zaken nu maar meteen wilde afhandelen.
De oudste zoon presideerde de schare en vroeg hen wie belangstelling had voor dit of dat, waarbij de bezittingen van de oude vrouw de revue passeerden. Steeds was het dochter S. die vooral voor de kostbare kleinoden als een gouden broche, een psalmboek met goudbeslag e.d. de vinger hief en gewag maakte van de toezegging, die Mem haar bij het leven had gedaan. Zo bleef er tenslotte nog een compleet ledikant van uitzonderlijke grote afmeting over. Ook dat was haar, naar zij verklaarde, door Mem toegezegd voor haar 2 meter lange zoon.
De broers en zus lieten niets van hun gevoelens blijken, omdat ze op deze trieste dag geen verdere narigheid wilden laten ontstaan. S. nam die dag het hoofd- en voeteneind van het bed meteen mee in haar stationcar, de rest zou worden nagestuurd.
Daags na de begrafenis en de verdeling werd de oudste zoon opgebeld door de directie van het rusthuis. Ze bedankte hem als oudste zoon voor de keurige wijze, waarop alles geregeld en verlopen was, maar verzocht hem beleefd te willen vertellen waar de twee stukken te vinden zouden zijn van het aan het rusthuis toebehorende ledikant.

Pake Pieter Sneek

 

Verkeer

Een kindje bloedend op de straat
Men weet wel hoe dat meestal gaat
Door 'n auto aangereden
't Werd naar een ziekenhuis gebracht
En is daar nog die dag of nacht
Aan 't kwetsuur overleden
Onpeilbaar diep is dan de smart
Een dolksteek in het ouderhart
Beneveld alle zinnen
Verleende troost, hoe goed bedoeld
Wordt in de maalstroom weggespoeld
't Leed niet te overwinnen
Een kind weet niet wie voorrang heeft
Als hij zich op de weg begeeft
Dat volgt slechts eigen wensen
Weet niet of d' auto niet of wel
Rekening houdt met kinderspel
Of met bejaarde mensen

En meestal wordt er dan gezegd
Chauffeur onschuldig en terecht
Het wetboek moet beslissen
Toch knaagt er dikwijls in zijn hart
En stem die naast zijn diepe smart
Vraagt... kon ik haar niet missen

Ik reed toch eerlijk op die baan
Niet sneller dan was toegestaan
Dat was wel te bepalen
Doch... was die snelheid niet te hoog
Daar in de kom, vooral met 't oog
Op een ander's fout of valen
Collega's met uw recht en kracht
Maak toch geen misbruik van uw macht
Eerbiedig ook een ander's leven
Maak van het wegverkeer geen spel
Ook 't beste paard dat struikelt wel
Al duurt het soms wel even

't Verkeer dat vraagt een vaste hand
Doch bovenal een goed verstand
Beschouw de weg als heilig
Mijd scha en schande, 't is je plicht
Dan pas wordt er iets groots verricht
Dan kan de weg weer veilig.

Sneek. P. Stilma, een oude wegrot

 

Dat werd te gortig

Veerhuis 'Boot' is het laatste van de vele speciale koffiehuizen, die destijds in Sneek met zijn honderden bode's en beurtschippers werden geëxploiteerd. Mevrouw Boot -Marie voor de getrouwen- bedient er haar klanten, voor 80% bode's of hun chauffeurs, altijd zelf. En dat is haar wel toevertrouwd.
Prachtige figuren kom je er tegen, originele typen, eerlijke werkzame, vlotte jongens, die hun plicht doen en meer dan dat. De koffie is prima en niet duur, de sfeer aangenaam, zij het wel eens wat woelig. Witte boorden en dure pakken, zie je er zelden. Trouwens je zou de mannen 'op z'n zondags' ook niet herkennen. Ik heb diep respect voor deze knapen, die dagelijks hun logge gevaarten zonder horten en stoten door het drukke verkeer loodsen, waarbij tevens nog komt de zorg voor de lading, het inboeken, het vervangen van vracht- of rembourspegulanten, het op regel laden en lossen enz.
Zoals gezegd, in huize 'Boot' is de sfeer aangenaam en niet van humor ontbloot. Max Tailleur zou er zo nu en dan goed kunnen binkeren.
Een van de bekendste en origineelste typen is wel bode W., een ouderwetse doordouwer, die boven zich slechts de zon verdraagt, altijd in de oppositie is en zonder aanzien des persoons likken uit de pan uitdeelt. Als hij binnenkomt is de betrekkelijke rust meteen verstoord. Hij treed binnen als een wervelwind, kwakt zijn adressenboekje op tafel, grijpt de eerste de beste stoel en plaatst tussen staan en neerploffen zijn bestelling bij mevrouw Boot 'Pils Marie'. Vorige week trof ik hem weer in volle glorie. Waar het debat over ging weet ik niet, doch twee juist vertrekkende jonge knapen kregen het predikaat 'snotneuzen' mee naar huis. De storm was waarschijnlijk uitgegloeid. W. mopperde nog wat na en graaide een krant van de tafel. Na enige minuten schalde opnieuw zijn zware stem door het veerhuis en dit maal had hij het tegen mij. 'Zeg Piet, wat zou een papegaai wel kosten?'
Ik zei dat ik dat niet wist. 't Lag er aan hoe oud hij was, het soort en of hij sprak of niet. Ik dacht toch wel een tachtig à honderd gulden. Anderen beaamden dit. Een had eens een witte met een kuif onder rembours afgeleverd, die kostte honderdvijftig gulden, maar dat was wel met kooi en vrachtkosten totaal.
W. weer: 'Honderd gulden voor een papegaai? Da's me al te gortig. Weet je ik wou de vrouw verrassen, die zit al dagen alleen thuis, doet de boekhouding en het gezin en zo... maar nee dit kan helegaar niet. Dan moeten we met de feestdagen toch maar weer gewoon kip eten'.

Pake Pieter Sneek december, 1972

 

Stomkoppen

Na jarenlange trouwe dienst had meneer Pastoor dan toch eindelijk het rusthuis verkozen boven de grote pastorie. Natuurlijk kon lang niet alles van z'n boedel in de twee kleine flatkamertjes worden geplaatst. Het grootste deel moest worden opge- ruimd. Overtollig meubilair, vroeger vaak een leuk extraatje voor baas of personeel, kun je momenteel aan de straatstenen niet meer kwijt. Wie geld heeft koopt nieuw (met korting); wie geen geld heeft koopt nieuw (zonder korting) op de lat. Het was dus geen wonder dat de verhuizers bedankten voor de eer om het overtollige spul zonder vergoeding mee te slepen naar het bedrijf of -wat de meeste kans maakte -naar de stadsreiniging, waar je nog behoorlijk moet dokken om het kwijt te kunnen raken.
De jongens adviseerden de klant dan ook om een plaatselijke opkoper van 2e hands goederen in te schakelen en aldus geschiedde.
Enige weken later werd de baas door een bevriende antiekhandelaar benaderd. 'Zeg Piet, zijn ze bij jullie allemaal stekeblind of staan ze niet meer op een rijtje in jullie stomme koppen?'
Ik was me van geen kwaad bewust en dacht dat er misschien iets mis was gegaan met de laatst voor hem uitgevoerde opdracht.
'Ik snap niet waarover je het hebt,' was mijn commentaar daarom.
'Nou dan moet je maar eens goed naar me luisteren. Had jij laatst niet die verhuizing van de oude pastoor van G.? En hebben jullie toen de huishoudster niet geadviseerd een opkoper te bellen voor 't spul dat je mee mocht nemen, maar niet hebben wou?'
‘Ja... en?'
'Weet je wat die Jan Klaassen verdiend heeft aan dat door jullie geweigerde zootje? Voor het ophalen ving hij f 50,00 van de pastoor en alleen voor een tafel met vier stoelen, leuk antiek, heb ik 'm f 450,00 betaald.'
Wie zei ook weer dat als het gortepap regent de pan van een verhuizer op z'n kop ligt?

Pake Pieter Sneek, september 1972